Zonneroosjes zijn altijdgroene, verhoutende halfheesters, die in de zomer getooid zijn met talrijke, enkelvoudige of gevulde bloemen. De glanzende, eivormige bladeren zijn donkergroen of zilvergrijs. Voor de tuin zijn veel uiteenlopende rassen verkrijgbaar.

Grijsbladige rassen zijn wat vorstgevoelig en moeten ’s winters worden afgedekt met rijshout of dennentakken. Tot deze groep behoren ondermeer de witte ‘Eisbar’, de helderrode ‘Fire Dragon’ en de stralende, oranjerode ‘Henfïeld Brillant’. Deze rassen hebben ongevulde bloemen.

Ongevulde bloemen gaan ’s morgens open en vallen in de middag al weer af. Maar het grote aantal maakt dit korte leven weer goed. Aan te bevelen rassen met ongevulde bloemen zijn bijvoorbeeld ‘Lawrenson’s Pink’ en ‘Rosi’, beide rozebloeiend ‘Sterntaler’ en ‘Golden Queen’ bloeien goudgeel, terwijl ‘Braungold’ en ‘Ruth’ oranjebruine bloemen hebben.

Gevulde bloemen zijn langer houdbaar dan enkelvoudige. Rassen als de gele ‘Sulphureum Plenum’ (voorheen ‘Gelbe Perle’), de kersrode ‘Cerise Queen’ en de vuurrode ‘Amabile Plenum’ (voorheen ‘Rubin’) bloeien tot in september.

Zonneroosje Eigenschappen

    Soort:

      Meerjarig

    Bloeiperiode:

      Mei, Juni, Juli, Augustus, September

    Bijzonderheden:

      Gemakelijk te verzorgen, Bodembedekker, Altijd groen

    Standplaats:

      Zon

    Grond:

      Doorlatend, Kalkhoudend

    Hoogte tot:

      30 cm

    Latijns/wetenschappelijke naam:

      Helianthemum

    De standplaats van de Zonneroosje

    Door de dichte, kussenachtige groeiwijze zijn zonneroosjes bij uitstek geschikt voor de beplanting van rotstuinen en stapelmuurtjes. In de rotstuin beginnen ze kort na de eerste voorjaars bloeiers te bloeien en zorgen dan de hele zomer door voor kleurrijke accenten. Als omlijsting van borders, perken of tuinpaden zijn zonneroosjes eveneens bij uitstek geschikt. Ze kunnen zelfs in de spleten tussen tegels hun bloemenpracht ontplooien. In kuipen of plantenbakken worden ze bij voorkeur aan de rand geplant, zodat ze er mooi overheen kunnen hangen.

    Onderhoud het jaar rond

    Voorjaar Zomer Najaar
    Plant jonge zonneroosjes in het vroege voorjaar in de volle grond. Vanaf juni kunt u van de toppen stekken snijden. Zet deze in potten met een mengsel van turf en zand om ze te laten wortelen. Na de eerste bloei de planten met ongeveer eenderde terugsnijden. Daardoor blijven ze compact en wordt een rijke nabloei bevorderd. Bij droogte water geven. Wees zuinig met mest. Voor de eerste vorst de planten met dennentakken afdekken. Grijsbladige rassen zijn bijzonder gevoelig. In het voorjaar moet u de beschermlaag op tijd verwijderen.
    Tips bij het kopen Tips van de prof Licht en grond Problemen
    Koop in het voorjaar gezonde zonneroosjes in potten, met goed ontwikkelde wortelkluiten en veel bladeren. Neem alleen planten met etiketten waarop het ras (kleur) is vermeld. Koop nooit planten met gele, of gevlekte bladeren. Na de eerste bloei de planten fors terugsnijden om ze tot een tweede bloei te stimuleren. Ze bloeien dan tot in het najaar. Geef zonneroosjes slechts weinig mest, anders krijgen de planten veel bladeren en maar weinig bloemen. Volle zon. Zonneroosjes houden van een warme tot hete standplaats in de zon. Droge, doorlatende grond. Zonneroosjes verdragen droogte en gedijen goed in schrale, steen- of zandhoudende grond die ook nog kalk mag bevatten. Hebben de bladeren bruine, perkamentachtig ingedroogde vlekken met een donkere rand, dan kan er sprake zijn van een aantasting door Septoria schimmels. Aangetaste bladeren vernietigen. U kunt preventief met een algenkalk oplossing spuiten of steenmeel verstuiven.