Klus-info.nl

Home » Tuinieren » Bloemen en planten » Perk- & borderplanten » Geitenbaard

Geitenbaard

De sterke geitenbaard is afkomstig uit de bossen en gedijt het best in de halfschaduw. Voor de tuin komen vooral twee soorten in aanmerking.

Aruncus aethusifolius is afkomstig uit Azië en bereikt een hoogte van ongeveer 30 cm. De planten met de kleine, varenachtige bladeren vormen dichte tapijten die in het najaar een bronzen tint aannemen. In mei en juni verschijnen de elegante, crèmewitte bloempluimen. Deze soort gedijt zelfs in rotsspleten.

Aruncus dioicus komt op het hele noordelijk halfrond voor. Deze goed vertakt groeiende vaste plant kan tot 2 m hoog worden. De bladeren zijn dubbelgeveerd, de tot 50 cm lange, fraai vertakte bloempluimen bloeien in juni en juli. Deze soort is tweehuizig. De mannelijke bloeiwijzen zijn zuiverwit en sierlijk de vrouwelijke zijn wat grover en geelachtig. Op een gunstige standplaats kunnen de planten zeer oud worden en zichzelf uitzaaien. Jongere planten kunt u door deling vermeerderen, later zijn de wortels te hard.

Twee rassen zijn bijzonder aan te bevelen. A. aethusifolius ‘Kneiffii’ heeft sierlijke bladeren en tere, overhangende scheuten. A. sinensis ‘Zwei-weltenkind, groeit compacter en heeft diep ingesneden bladeren die bij het uitlopen bruinachtig zijn. Helaas is dit ras moeilijk verkrijgbaar.

Geitenbaard Eigenschappen
     
    Soort: Meerjarig
    Bloeiperiode: Mei, Juni, Juli
    Bijzonderheden: Gemakelijk te verzorgen, Ongevoelig voor ziekten
    Standplaats: Halfschaduw, Schaduw
    Grond: Humusrijk, Lichtvochtig
    Hoogte tot: 2 m
    Latijns/wetenschappelijke naam: Aruncus aethusifolius, A. dioicus

De standplaats van de Geitenbaard

Aan de rand van een groep houtige gewassen vindt Aruncus dioicus ideale condities. Tegen de donkere achtergrond komen de planten bijzonder mooi uit. Aan de rand van een vijver, in voldoende vochtige grond, gedijt deze soort zelfs in de zon. Het mooiste effect bereikt u als u geitenbaard niet afzonderlijk, maar in groepen plant. In een rotstuin zonder felle zon en met gelijkmatig vochtige grond is Aruncus aethusifolius een gemakkelijk te verzorgen en langlevende plant.


Onderhoud het jaar rond

Voorjaar Zomer Najaar
Gunstige plant tijd. Opkweekbakken van het afgelopen najaar binnen bij ongeveer 12°C op een lichte maar niet zonnige vensterbank verder kweken. Zaailingen in april in een bed verspenen. Zodra ze krachtig genoeg zijn, kunt u ze op de definitieve plaats planten. Bij aanhoudende droogte voldoende water geven. Uitgebloeide scheuten afsnijden. Alternatieve plant tijd. Zaad heeft kou nodig om te kiemen en kan in november in bakken worden gezaaid. Twee weken bij 20°C neerzetten, daarna op een halfbeschaduwde plaats ingraven.
Tips bij het kopen Tips van de prof Licht en grond Problemen
Koop in het voor- of najaar gezonde, krachtige jonge planten in potten of met wortelkluiten.Als u zelf wilt zaaien, moet u in het najaar vers zaad kopen. Koop nooit oud zaad. Neem ook geen zwakke of ziek uitziende planten. Aan de rand van een vijver voelen de planten zich eveneens thuis. Omdat de grond op deze plaats vochtig is, mag de standplaats ook zonnig zijn. Geitenbaard zaait zichzelf uit als u de uitgebloeide bloemen niet op tijd verwijdert. Halfschaduw tot schaduw, ook koele standplaatsen. Als de grond voldoende vochtig is, kunt u de planten ook in de zon zetten. Humusrijke, licht vochtige grond. Deze bosplanten gedijen goed in gezonde, voedselrijke grond. Verwelkende planten en oprollende bladeren duiden op droogteschade. Geef de geitenbaard direct een ruime hoeveelheid water. Giet de planten bij droogte regelmatig. Is de standplaats te droog, dan kunt u de planten in het voor- of najaar naar een betere plaats verplanten.

Aanbevolen berichten