Klus-info.nl

Home » Tuinieren » Bloemen en planten » Struiken, Bomen & Klimplanten » Den

Den

Dennen behoren tot de bekendste naaldgewassen. Kenmerkend voor dennen zijn lange naalden in bundels van twee tot vijf stuks.

  • Hoge soorten kunnen 20 tot 30 m hoog worden. Daartoe behoren ondermeer de zwarte den (Pinus nigra), de tranenden (Pinus wallichiana), de weymouthden (Pinus strobus) en de grove den (Pinus sylvestris). In een kleine tuin passen enkele lagere rassen van deze soorten beter, bijvoorbeeld Pinus sylvestris ‘Fastigiata’ of Pinus strobus ‘Radiata’. De struikvormig groeiende Pinus sylvestris ‘Waterï bereikt een hoogte van maximaal 5 m.
  • Middelhoge soorten tot 5 m hoogte zijn de naaldenden (Pinus aristata), de alpenden (Pinus cembra) en het ras ‘Glauca’ van de penseelden (Pinus parviflora) met blauwgroene naalden. Wat hoger worden de draaiden (Pinus contorta) en Pinus leucodermis, die een opvallende, schubachtige schors heeft. De balkanden (Pinus peuce) bereikt een hoogte van ongeveer 10 m.
  • Lage soorten zijn de bergden (Pinus mugo) en de uit Siberië en Japan afkomstige dwergden. Van deze beide soorten zijn talrijke aantrekkelijke rassen in de handel verkrijgbaar.
Den Eigenschappen
     
    Bloeiperiode: Mei, Juni, Juli
    Bijzonderheden: Gemakelijk te verzorgen, Altijd groen
    Standplaats: Zon
    Grond: Doorlatend
    Hoogte tot: 30 m
    Latijns/wetenschappelijke naam: Pinus

De standplaats van de Den

Dennen zijn dominerende elementen in de tuin. Plant ze daarom op de achtergrond of als solitair op een in het oog springende standplaats. Als achtergrondbeplanting voor een border met rozen of andere vaste planten zijn de planten met de donkere naalden zeer geschikt. Ook als blikvanger in een eilandbed kunt u een den planten. Daarbij passen dan lage altijdgroene en bladverliezende heesters, vaste planten in lichte kleuren en zomerbloeiers. Middelhoge dennen kunnen in streken met veel wind zeer effectief als windscherm worden geplant. Lage soorten doen het goed in een rotstuin of als altijd groene bescherming tegen inkijk bij een terras of zitje. Ze zijn eveneens een decoratief element in de voortuin. Een heidetuin krijgt met enkele Jeneverbessen (Juniperus) en Dennen een natuurlijk karakter.


Onderhoud het jaar rond

Voorjaar Zomer Najaar
Jonge dennen in het late voorjaar planten en direct veel water geven. In het eerste jaar bij droogte royaal blijven gieten. De planten niet snoeien, zodat ze de kenmerkende vorm kunnen ontplooien. Zuivere soorten kunt u door zaad vermeerderen. Oogst de kegels zolang deze nog gesloten zijn. Bewaar ze op een droge plaats tot ze openspringen. U kunt dennen ook heel goed in het vroege najaar planten. Voor het invallen van de winter nog een keer royaal gieten. Bescherm planten die sterk aan wind en weer worden blootgesteld.
Tips bij het kopen Tips van de prof Licht en grond Problemen
Koop in het voorjaar compacte jonge planten met kluit of planten die in containers zijn opgekweekt. Controleer de naalden op ziekten. Koop nooit te grote, sterk vertakte dennen met een viltige wortelkluit. Deze zullen slecht inwortelen. Dwergdennen gedijen ook goed in kuipen, bijvoorbeeld in combinatie met grassen, heidegewassen en bodembedekkers. Vijfnaaldige soorten kunnen roestaandoeningen overbrengen op aalbessen en kruisbessen. Volle zon. Dennen hebben zo veel mogelijk zon nodig. Alleen op een vrije standplaats groeien ze gelijkmatig en symmetrisch. Doorlatende, diepe grond. Dennen stellen niet veel eisen. Veel soorten zijn ook bestand tegen droogte. Dennenschot is een schimmelinfectie, waarbij de naalden in het najaar bruin worden en in het voorjaar afvallen. Op de afgevallen naalden verschijnen in de zomer ovale zwarte sporenkoloniën. Geef de planten regelmatig water en vernietig de afgevallen naalden.

Aanbevolen berichten