Klus-info.nl

Home » Klussen » Isolatie & ventilatie » Relatieve luchtvochtigheid: De samenhang tussen vocht, condensatie en ventilatie

Relatieve luchtvochtigheid: De samenhang tussen vocht, condensatie en ventilatie

Relatieve luchtvochtigheid simpel uit gelegd: Houdt u een spons in het water, dan zal deze spontaan een hoeveelheid water opzuigen. Lucht werkt, populair gezegd, op waterdamp als een spons op water. Waterdamp wordt dus spontaan door de lucht opgezogen. Bij kokend water ziet u bijvoorbeeld de damp in de lucht verdwijnen. Dit kan omdat de waterdamp molecuul kleiner is dan de luchtmolecuul. Is alle tussen moleculaire ruimte in de lucht gevuld met waterdamp, dan is de lucht ‘vol’. Meer kan er niet in en als er toch meer is, dan condenseert dat en wordt zichtbaar (mist).

Relatieve luchtvochtigheid: De samenhang tussen vocht, condensatie en ventilatie

Nu wisselt de grootte van de tussen moleculaire ruimte in de lucht met het wisselen van de temperatuur. Hoe warmer de lucht, hoe meer hij ‘uitzet’ en hoe meer waterdamp er opgenomen kan worden (de waterdamp zet niet uit) en andersom geldt: hoe kouder, des te minder waterdamp kan lucht bevatten. Vanwege dit verschijnsel wordt bij lucht altijd gesproken van de relatieve vochtigheid (r.v.) van lucht. Bij een relatieve vochtigheid van 75% is 75% van de ‘holle ruimte’ in lucht gevuld met waterdamp.

Condens, wat is dat precies?

Lucht met een temperatuur van 20°C kan maximaal 17,3 gram waterdamp bevatten. Bij een relatieve vochtigheid van 75% is er dan (0,75 x 17,3 =) 12,98 gram damp in de lucht aanwezig. Daalt de temperatuur naar de 17°C, dan past maximaal nog maar 14,5 gram damp in de lucht. Dit houdt in dat de relatieve vochtigheid zonder dat damp wordt opgenomen, stijgt naar de 90%. Daalt de temperatuur verder naar 10°C, dan kan nog maar 9,4 gram damp in de lucht aanwezig zijn. Het teveel (12,98-9,4=) 3,88 gram wordt dan ook uit de lucht geperst in de vorm van condens (mist).

Naarmate een plek in een vertrek kouder is, zal de lucht in de omgeving van zo’n plek ook kouder zijn en past er minder damp. Bij een teveel aan vocht zal dit zich op de koude plek in de vorm van condens afzetten. Denk aan beslagen ramen, beslagen spiegel en dergelijke.

Woonvocht weg door ventilatie

Niet alleen door koken wordt er water in de binnenlucht gebracht, maar ook tijdens het afwassen, vloer dweilen, ademen en transpireren, baden, douchen, de was doen enzovoort. Per dag wordt op deze wijze zo’n 7 tot 14 liter waterdamp door ons geproduceerd en door de lucht opgenomen. Eigenlijk kan alleen door ventileren woonvocht behoorlijk afgevoerd worden. Een fractie ervan verdwijnt dwars door constructies heen naar buiten. Zelfs als het buiten (5°C vriest en mistig is, zal door ventilatie woonvocht afgevoerd worden.

Relatieve luchtvochtigheid: De samenhang tussen vocht, condensatie en ventilatie: Hygrometer

De hygrometer geeft de relatieve vochtigheid van de lucht aan. De relatieve luchtvochtigheid is een indicator voor wel of niet ventileren. De mens voelt zich prettig bij een relatieve vochtigheid tussen de 35 en 75%

Een blik op de hygrometer

Ventileren moet, dat is inmiddels wel duidelijk. Blijft de vraag: wanneer en hoeveel? Overdrijven is zinloos. Naarmate er minder wordt geventileerd, stijgt de relatieve luchtvochtigheid. Door op de relatieve vochtigheid te letten kunnen we dus gewaarschuwd worden of er geventileerd moet worden. De vochtigheid in huis meet u met een hygrometer. In de tabel op deze pagina is aangegeven hoe hoog de relatieve vochtigheid mag zijn bij een combinatie van buiten- en binnentemperatuur. Geeft de hygrometer een hoger getal aan dan in de tabel vermeld, dan is er iets fout met de ventilatie of met de vochtproductie. Wordt in een huis naar behoren geventileerd, dan zullen er normaal gesproken geen vocht problemen zijn.

Aanbevolen berichten