Klus-info.nl

Tip – Een heel handige manier om te voorkomen dat het kelderlicht blijft branden zonder dat iemand het merkt, is een deurschakelaar – een soort omgekeerde drukschakelaar die de verlichting uitschakelt als hij is ingedrukt. Hij wordt op het kozijn van de kelderdeur gemonteerd, en vervangt de gewone knipschakelaar….

Tip – Als u met de verlichting van de kelder bezig bent, neem dan de moeite om een spotje onder of bij de treden van de keldertrap te monteren. Keldertrappen veroorzaken nogal eens nare valpartijen, en zo’n extra verlichting is vaak geen overbodige luxe….

Tip – Wanneer u een fiets langere tijd niet gebruikt, neemt hij veel minder ruimte in als u het stuur losmaakt en 90 graden draait

Tip – Houd er rekening mee dat de luchtvochtigheid in een garage vaak hoog is, ook al doordat er natte auto’s en fietsen worden gestald. Zorg voor voldoende ventilatie en zet er zo nodig een ‘vochtvreter’ neer

Tip – Meestal ontdekt u net voordat u in bed wilt stappen dat het licht in de garage nog brandt. Om die steeds weerkerende ergernis te voorkomen, kunt u het beste in huis een centrale schakelaar (laten) maken voor de elektriciteitstoevoer van de garage. De stroomvoorziening kan dan ook meteen apart worden gezekerd.

Tip – Als u in de garage bezig bent, kunt u op strategische plaatsen een paar spiegeltjes monteren (uit een poederdoos of achteruitkijkspiegel), waarmee u – zonder halsbrekende toeren uit te halen – kunt controleren of de verlichting van uw auto, fiets of brommer werkt.

Tip – Als u een tijdelijke constructie, zoals een ondersteuning voor een klimplant, in de serre wilt maken, kunt u het beste bamboe gebruiken. Ook voor decoraties is het ideaal: bamboe is sterk, stijf en weinig gevoelig voor vocht. Probeer het niet te schroeven of te spijkeren, maar maak verbindingen door het te binden met touw of ijzerdraad, eventueel met een druppeltje lijm om het binddraad vast te zetten.

Tip – Lekkages in een serre treden vaak op bij de aansluiting tussen serre en woonhuis. Controleer de dakbedekking van de serre op die plaats en de loodslab in de gevel.

Tip – Bewaar transparante plastic verpakkingen om in de kas een extra beschermde omgeving voor zaaigoed te maken. Vooral voor kleine kinderen is het opkweken van zelf gezaaide plantjes een hele gebeurtenis, en u kunt van alles zaaien: gedroogde bonen, kapucijners, vogelvoer et cetera.

Tip – De betonnen of betegelde vloer van een serre kan vaak koud aanvoelen, ook al is hij geïsoleerd. Een heel bruikbare en vochtbestendige vloerbedekking vormen de houten tuintegels die in verschillende vormen en kwaliteiten bij bouwmarkten te koop zijn. Daarmee is het ook mogelijk een ‘naadloze’ overgang tussen serre en tuin te creëren.

Tip – Bij het plaatsen van een dakraam wanneer u een gat in uw dak zaagt, moet u wel rekening houden met het Nederlandse klimaat. Zorg dat u een flink stuk plastic bij de hand hebt, ten minste een meter breder en dieper dan uw dakraam. Schuif het bij regen aan de bovenkant en links en rechts onder de pannen. De onderzijde moet juist op de pannen rusten. Spijker een paar latten van onderaf tegen het gat om te voorkomen dat het plastic doorzakt.

Tip – Als u in een holle wand (zoals een scheidingswand van gipsplaat) waterleidingen wilt opnemen, dient u die goed te isoleren met pijpisolatie, om te voorkomen dat er condens optreedt.

Tip – Een goede oplossing voor het probleem dat alle warme lucht in een open zolder in de nok blijft hangen is het volgende circulatiesysteem: maak van glad, maar enigszins isolerend materiaal (zoals MDF) een luchtkoker (ca. 20×20 cm) die van de nok naar vloerhoogte leidt (bijvoorbeeld langs het schoorsteenkanaal). Monteer hierin aan de bovenzijde één of meer geruisarme ventilatoren (zoals die welke in computers worden gemonteerd) waardoor de warme lucht naar beneden wordt gestuwd.

Tip – Bij het afzagen van bouten en draadeinden is het vaak moeilijk de schroefdraad zo netjes af te vijlen dat er zonder moeite een moer op te draaien is. Het helpt als u eerst één of twee moeren op de schroefdraad draait voor u gaat zagen en vijlen. Als u die eerst eraf draait lukt het veel beter.

Tip – Mocht u bij het monteren van balken in de dakconstructie geen ruimte hebben om ze met een paar forse draadnagels vast te zetten, maak dan gebruik van balk- of raveelankers. Deze worden met veel kleinere spijkers, onder een andere hoek vastgezet. Wel alle bereikbare spijkergaten gebruiken!

Tip – Voor verbouwingen op zolder is een dakhelling-meter heel gemakkelijk. Ze zijn echter maar zelden te koop. U kunt er zelf een maken door een touwtje met seconden-lijm op het nulpunt van een gradenboog of geodriehoek vast te lijmen, en daar een moer aan te binden.

Tip – Woont u net in een nieuw huis, laat het bouwbe-hang dan een halfjaar of een jaar zitten. Het duurt namelijk even voor alle bouwstoffen in de muren zijn uitgewerkt. Sommige daarvan zijn agressief en kunnen ook uw nieuwe behang aantasten.

Tip – Teken aanwijzingen altijd met een zacht potlood op de achterkant van het behang. De inkt van balpennen en viltstiften trekt namelijk door het behang heen. Pas ook op met kindertekeningen op het oude behang: sommige soorten wasco en oliekrijt moeten met een speciale grondering worden geïsoleerd.

Tip – Voor wie samen met zijn koter de kamer wil decoreren, zijn sjablonen een uitkomst. Maak ze door stripfiguren, geliefde Sesamstraatbewoners en andere kinderhelden na te tekenen op etalagekarton en vervolgens zorgvuldig uit te knippen. Is uw tekenkunst niet toereikend, dan kunt u ze ook bij een kopieerinrichting laten uitvergroten en afdrukken op stevig papier (A3). De sjablonen kunnen op muren en meubels worden af gedrukt door er met een schuimrubber rollertje of tamponneer-kwast met acryllak overheen te gaan. Als dat nodig is, kunt u na droging de contouren nog eens aanzetten met een dikke zwarte viltstift.

Tip – De sortering van wandtegels wordt aangegeven met een symbool op de verpakking: een rode x voor eerste keus tegels, een blauw vierkant voor tweede keus en een groene gestileerde drie voor derde keus tegels. Eerste keus tegels hebben op armslengte gezien geen zichtbare foutjes, tweede keus iets meer, en bij derde keus tegels zijn scheurtjes, bobbeltjes en verkleuringen goed zichtbaar.

Tip – Gaten boren in tegels gaat het gemakkelijkst door een scherpe (nieuwe) steenboor te nemen en het klopmechanisme op de boor uit te schakelen. Plak een stukje crèpetape op de tegel om het boorgat op af te tekenen en om te voorkomen dat u uitglijdt met de boor. Boor voorzichtig, met lage snelheid en niet te veel druk -anders barst de tegel.

Tip – Als een bestaande tegelwand vlak en onbeschadigd is, maar het patroon of de kleur u niet aanstaat, hoeft u die niet moeizaam weg te bikken. Er zijn goede primers waarmee u zo’n wand kunt schilderen en het is (met sommige tegellijmen) heel goed mogelijk om over de bestaande tegels heen te tegelen.

Tip – Teflontape moet altijd met de klok mee worden gewonden (als u de opening van de koppeling naar u toe houdt), anders ‘stropt’ de tape bij het indraaien van de koppeling.

Tip – Als u teflontape gebruikt voor een schroef afdichting mag u een verbinding niet weer losser draaien, omdat de tape dan stuk gaat – met lekkages als gevolg. Hennep is minder kritisch.

Tip – Pu-lijm hardt uit door opname van vocht uit de lucht. Bij het lijmen van droge, poreuze materialen kan het nodig zijn om de ondergrond licht te bevochtigen.

Tip – Lijm die uit een geklemde verbinding wordt geperst, is na uitharding vaak moeilijk te verwijderen. Door de naad met crêpetape af te plakken wordt dat een stuk eenvoudiger.

Tip – Als een cv-radiator borrelende geluiden maakt, moet die ontlucht worden. Draai het kraantje dat erop zit met een speciaal sleuteltje open en laat de lucht ontsnappen tot er een straaltje water uit komt. Bij het ontluchten moet de pomp werken; begin bij de radiator die het hoogst geplaatst is in huis, en werk vandaar uit naar beneden. Controleer ten slotte of er water moet worden bijgevuld.

Tip – Een krakende vloer kan worden veroorzaakt door vloerplanken die zich hebben losgewerkt. Spijker ze weer vast en sla de draadnagels na met een drevel. Het kan ook zijn dat de vloerbalken zijn kromgetrokken of niet meer goed in het metselwerk rusten. Repareer het metselwerk, of sla een houten wig onder de balk.

Tip – Een krakende trap wordt vaak veroorzaakt doordat de stootborden onder de treden krimpen. De trede zakt dan, al krakend, iets door als hij belast wordt. Dat kan worden verholpen door latjes, blokjes of een stukje rubber onder de treden tegen de stootborden te schroeven. Daarvoor moet de trede eerst zoveel mogelijk worden omhooggedrukt. Dat kan met een eenvoudig hefboompje, bestaande uit een schroevendraaier en een blokje ter hoogte van het stootbord.

Tip – In sommige gevallen (tuinhout e.d.) is doorspijkeren een goede methode om een sterke verbinding te maken. Hiervoor gebruikt u extra lange spijkers die door de verbinding heen worden geslagen en aan de andere kant omgeslagen en diep in de nerf gedreven. U kunt er ook een hoek in maken door er een oude vijl naast te leggen en daar de spijker omheen te slaan. Daarna slaat u de omgezette punt in het hout.

Tip – Het indraaien van (spaanplaat)schroeven verloopt een stuk soepeler als u de punt van de schroef een beetje vet maakt – het doet er niet toe waarmee: vet, olie, boter of vaseline.

Tip – Pannendeksels liggen altijd in de weg. Ze kunnen heel goed worden opgeslagen door rekjes met rondhouten dwarsbalkjes tegen de binnenkant van uw keukenkast deurtjes te maken. U kunt ook koperen pijpjes gebruiken: roestvrijstalen pannendeksels zullen er niet door worden beschadigd.

Tip – De ruimte boven uw keukenkastjes kunt u efficiënter benutten door ze, met behulp van gelamineerd spaanplaat, in te delen. U kunt er natuurlijk grote pannen en weinig gebruikte apparaten in kwijt. Maar als u er een paar spotjes in monteert, komen decoratieve potten en andere (culinaire) kunstvoorwerpen er uitstekend tot hun recht.

Tip – Vaak zijn aan weerszijden van de spoelbak(ken) bestekladen in de keukenkastjes aangebracht, terwijl de ruimte vóór de spoelbakken meestal ongebruikt is gelaten. Demonteer dit loze frontje, en vervang het door een luikje of laatje met ondiepe vakken. Een ideale plaats voor de afwaskwast en ander schoonmaakgerei!

Tip – De schuimrug is vaak het zwakste onderdeel van (goedkoop) tapijt; na verloop vanjaren zal het schuim de neiging vertonen te verpulveren. Om de kwaliteit van de schuimrug te testen, moet u het tapijt dubbelvouwen, met de bovenzijde naar binnen. De schuimrug mag dan niet barsten. Bovendien mag er geen korrelige streep ontstaan als u een nagel over de schuimrug haalt.

Tip – Als u uw plinten vernieuwt bij het leggen van vloerbedekking, leg er dan ook meteen de speakersnoeren voor uw audio-installatie achter, en verlengkabels voor de telefoon- en kabelaansluitingen. Netstroomkabels mogen niet – uw elektriciteitsmaatschappij en uw inboedelverzekering verbieden het!

Tip – Let bij de aankoop van tapijt op de zogenaamde pit-symbolen (productinformatie tapijt) die nogal eens in de documentatie of prijslijsten te vinden zijn. Uhebt dan direct een overzicht van de belangrijkste gegevens.

Tip – Heeft uw kwast bij het schilderen een haar verloren? U kunt hem met de kwast uit de natte verf proberen te vissen, maar het is gemakkelijker om een dubbelgevouwen stukje afplakband te gebruiken. Het allerbeste is een goede (dure) kwast te kopen, en die netjes te onderhouden. Na enige tijd zal een ingewerkte kwast nauwelijks nog haren verliezen.

Tip – Zorg voor voldoende licht bij het schilderen. Kleuren kunt u alleen bij daglicht beoordelen, maar met behulp van een of twee (halogeen) bouwlampen valt goed te werken. Begin altijd te schilderen bij het raam, zodat uw schaduw niet op de plaats valt waar u schildert.

Tip – Als (alkyd)verf niet wil drogen, bevat de ondergrond te veel vet (was of olie), zoals bij oude, gepolitoerde meubelen die onvoldoende zijn gereinigd. Maar er kan ook sprake zijn van weekmakers uit de (kunststof) ondergrond, van alkalisch reagerend beton of metselwerk – of van een overjarig blik verf.

Tip – Een gipsplaatwand die volgens de regels der kunst is gemonteerd, is steviger dan u denkt: met het juiste type plug (gipsplug, plaat-of hollewandplug) kunt u er lasten van 5-25 kg per plug aan ophangen. Toch is het noodzakelijk om, als u weet dat er écht zware voorwerpen (wastafels, etc.) aan de wand moeten worden bevestigd, op die plaatsen een paar balkjes of een multiplex plaat achter de wand vast te zetten.

Tip – In plaats van structuurverf (waarin zaagsel of een ander vulmiddel is verwerkt) kunt u ook gestructureerd behang gebruiken om uw muur minder vlak te maken. Het wordt op dezelfde manier verwerkt als gewoon behang, en daarna geschilderd. Om onnatuurlijk ‘geknipte’ randen te voorkomen (bijvoorbeeld in de hoek bij het plafond), kunt u het nog natte behang daar het beste afscheuren langs een aluminium liniaal.

Tip – Om onnatuurlijk ‘geknipte’ randen te voorkomen (bijvoorbeeld in de hoek bij het plafond), kunt u het nog natte behang daar het beste afscheuren langs een aluminium liniaal.

Tip – Plinten zijn vaak moeilijk vast te zetten (hoewel ze omslachtiger lijken, werken spijkerpluggen vaak sneller dan steen of betonnagels – probeer het maar). Om een kromgetrokken plint weer vlak op de vloer te krijgen, legt u er een plankje op dat met de andere zijde op de vloer rust. Door uw knie erop te zetten kunt u de plint aandrukken terwijl u beide handen vrij hebt om hem vast te zetten.

Tip – De bergkast onder de trap levert heel wat meer plankruimte op, als u onder tegen de traptreden brede schappen bevestigt. Gebruik 18 mm multiplex, en schroef (en lijm) de planken stevig vast. In een standaard bergkast maakt u zo algauw 8 tot 10 extra planken!

Tip – Een losse trapleuning is levensgevaarlijk. Als de leuninghouders op een houten plank zijn gemonteerd kunt u ze met forse houtschroeven weer vastzetten. Zijn ze direct in de muur bevestigd, dan zijn keilbou-ten de beste oplossing. Vaak zijn de gaten in de muur echter door herhaald losraken veel te wijd geworden. De keilbouten kunnen dan met een universeel vulmiddel, zoals Porion, weer muurvast worden gezet. Wel eerst de leuning verwijderen, en het vulmiddel minimaal 24 uur laten uitharden!

Tip – Lijmklemmen nemen veel plaats in, terwijl u ze maar af en toe nodig hebt. Bevestig daarom een stevig balkje hoog tegen de muur in uw werkplaats en schroefde klemmen daar netjes in een rij op vast.

Tip – Veel lijmsoorten zitten tegenwoordig in plastic spuitflacons. Om te voorkomen dat u iedere keer weer eerst alle lucht uit de verpakking moet blazen, kunt u de flacons het beste omgekeerd bewaren. Eerst boort u een aantal gaten van 2-4 cm diameter in een plank; daar kunnen de lijm verpakkingen op hun kop ingezet worden.

Tip – Niet gesorteerde schroeven en spijkertjes kunnen prima in doorzichtige glazen (jam)potten worden bewaard: dan ziet u meteen wat u zoekt. Om ruimte te besparen kunt u de schroefdeksels van de potten tegen de onderkant van uw schappen schroeven, zodat de potten onder de planken hangen (en er niet vanaf kunnen vallen).

Tip – Lange onderdelen, zoals planken, profielen en pijpen kunnen worden opgeborgen in een brede pvc-goot die u dicht onder het plafond van de werkplaats monteert. Een andere mogelijkheid is een niet te lage kist, die u opvult met verticale stukken karton- of pvc-pijp.